College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Veranderingen

De Biocidenverordening brengt een aantal belangrijke veranderingen met zich mee. Dat zijn veranderingen die meerdere partijen raken: firma’s die verantwoordelijk zijn zowel het op de markt brengen van biociden als met biociden behandelde producten (Treated articles), de Nederlandse overheid (wetgever, handhavende instanties, het Ctgb) en de European Chemical Agency (ECHA) in Helsinki. Hieronder volgen een aantal veranderingen:

  • Mogelijkheid voor het aanvragen van een Europese toelating voor biociden in plaats van nationale toelatingen. Dit kan vanaf 1 september 2013 voor biociden met toepassingen binnen PT 1, 3, 4, 5, 18 en 19. Voor de andere PT’s (met uitzondering van PT14, 15, 17, 20 en 21) volgt deze mogelijkheid een aantal jaren later;
  • Vereenvoudigde Europese toelating voor biociden op basis van werkzame stoffen die genoemd worden in bijlage 1 bij de verordening;
  • Uitwerking van de beoordeling en toelating van systemen die in situ werkzame stoffen genereren;
  • Duidelijkheid omtrent het werkelijke biocide product dat in die gevallen een toelating nodig heeft;
  • Betere uitwerking van het kaderformulering concept in product families;
  • Regeling voor treated articles (voorwerpen die behandeld zijn met biociden, bijvoorbeeld: met zilver geïmpregneerde sokken, producten waaraan conserveermiddelen zijn toegevoegd, toiletzitting met anti microbiële eigenschappen). Deze artikelen mogen alleen werkzame stoffen bevatten die in het werkprogramma van de biociderichtlijn zitten of die geplaatst zijn op annex 1 voor de toepassing waarvoor ze in het treated article gebruikt worden. Daarnaast zullen behandelde artikelen met een primaire biocide claim beoordeeld gaan worden als een biocide product;
  • De “oude” productsoort PT20 vervalt. In de nieuwe indeling wordt de huidige PT23 de nieuwe PT20; tevens aanpassingen op detail in andere PT groepen;
  • Een aanzet tot harmonisatie van tarieven op EU niveau;
  • Het systeem van afgeleide toelating zoals dat nu bestaat in Nederland zal veranderd worden. Voor het aanvragen van een afgeleide toelating zal onder de verordening een Letter of Access nodig zijn naar het volledige dossier van de moedertoelating. Na afgifte van de afgeleide toelating is er geen verbinding meer met de moedertoelating en kan de afgeleide toelating naar believen aangepast worden;
  • Het wordt mogelijk om bij een toelating meerdere productnamen aan te vragen onder één toelatingnummer;
  • Belangrijke rol voor ECHA in Helsinki als organisator en kwaliteitsbewaker van Europese toelatingen en beoordelingen;
  • Belangrijkere rol van de R4BP (EU database voor biocide aanvragen en toelatingen).