College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Vergelijkende beoordeling / Comparative assessment

Aanvragen voor producten die een werkzame stof bevatten die is aangeduid als “kandidaat voor vervanging” (Candidates for Substitution, CfS), worden onderworpen aan een vergelijkende beoordeling (“comparative assessment”).

Doel van comparative assessment is te komen tot een middelenpakket met een significant lager risico voor mens en milieu. Daarbij wordt meegewogen dat wanneer een alternatief  middel is toegelaten of een niet-chemisch alternatief gangbaar (= door een grote groep telers) wordt toegepast, het alternatief economisch rendabel kan worden toegepast. Hierbij wordt ook beoordeeld of het alternatief een vergelijkbaar effect heeft op doelorganismen.

De EU heeft een lijst gepubliceerd met zogenaamde 'Candidates for Substitution' (CfS). Dit zijn goedgekeurde en dus veilige stoffen. Echter deze stoffen hebben een relatief hoog risico voor milieu en / of humane toxiciteit (bijv. accumulatie of afbreekbaarheid). De criteria die worden toegepast om vast te stellen of een stof een candidate for substitution is zijn vastgesteld in PPPR Annex II (4).

De alternatieven kunnen zowel bestaan uit andere middelen, als uit een andere, niet-chemische, landbouwpraktijk. Over de landbouwpraktijk adviseert de NVWA aan het Ctgb. Zijn die alternatieven er, dan krijgt de betreffende toepassing geen toelating of verlenging meer. Omdat middelenpakket en agrarische praktijk per land kunnen verschillen, vindt comparative assessment altijd op nationaal niveau plaats.

Wanneer de uitkomst van een comparative assessment is dat een middel kan worden vervangen, dan hoeft dat pas na 3 jaar, of eerder wanneer de goedkeuringsperiode van de betreffende stof eerder eindigt.   

Zie verder in de Registration manual: