College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Specifiek landbouwkundig gebruik in Nederland

De Verordening voor gewasbeschermingsmiddelen geldt in alle Europese lidstaten, maar de omstandigheden en landbouwpraktijk zijn niet in alle lidstaten gelijk. Het gebruik van land en water verschilt. De lidstaten hebben daarom de mogelijkheid hiervoor nationaal specifieke elementen aan te wijzen. Vanwege het streven naar harmonisatie probeert het Ctgb zo min mogelijk af te wijken en neemt het in principe toelatingen van andere EU-lidstaten over. Nationaal specifieke elementen die Nederland wel meeneemt in de beoordeling zijn: uitspoeling naar grondwater, windsnelheid en drinkwaterwinning uit oppervlaktewater. Daarnaast houden we rekening met een aantal technische onderwerpen vanwege specifiek landbouwkundig gebruik in Nederland.

Nederland is bijvoorbeeld dichter bevolkt dan andere Europese lidstaten en heeft een intensief landbouwgebruik van de beschikbare grond. Een spuitvrije zone bij behandeling van een akkerbouwgewas van twintig meter die bijvoorbeeld in Duitsland is voorgeschreven, is hierdoor in Nederland niet haalbaar. Dit kan gevolgen hebben voor het gebruik in Nederland van een in Duitsland toegelaten middel. Het Ctgb zal daarop dan toch moeten beoordelen bij een wederzijdse erkenning van de ‘Duitse’ toelating. Hier proberen we dan met extra teeltvrije zones en driftreducerende maatregelen eenzelfde effect te bereiken om de veiligheid van mens, dier en milieu te waarborgen.

Een aantal onderwerpen van deze meer technische landbouwkundige aard die voor een aanvraag in Nederland beoordeeld moeten worden, is nu op een rijtje gezet (zie hier). Ze zijn opgenomen in de Evaluation Manual.

Verder blijft het Ctgb altijd de vrijheid houden bij mogelijk onaanvaardbare risico’s voor mens, dier of milieu, een aanvullende beoordeling uit te voeren of een middel niet toe te laten.