College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Ruimte voor innovatie

Het Ctgb nam in 2016 146 besluiten over aanvragen voor gewasbeschermingsmiddelen en 58 voor biociden. Van de gewasbeschermingsmiddelen werd 92% toegelaten en 8% afgewezen. Bij 63% van de aanvragen zijn voor de honorering nog wijzigingen aangebracht. Van de biociden is 91% toegelaten en 9% afgewezen. In 38% van de aanvragen zijn voor de honorering nog wijzigingen aangebracht. Het Ctgb ziet dat in toenemende mate innovaties – bijvoorbeeld in toedieningstechniek – nieuwe kansen en oplossingen bieden. De regelgeving is daar echter vaak nog niet op ingericht. Nu de industrie, gebruikers en ontwikkelaars steeds meer met slimme innovatieve oplossingen komen, is het belangrijk dat de bestaande regelgeving de ruimte biedt om de veiligheid van mens, dier en milieu ook met de laatste stand van de techniek te borgen.

Ctgb-directeur Luuk van Duijn: "Innovatieve oplossingen die zowel recht doen aan de veiligheid van mens, dier en milieu, als aan verantwoord, bedrijfseconomisch gebruik veranderen het decor rond ons werk. Het Ctgb slijpt zijn beoordelingssystematiek bij, en probeert innovatieve oplossingen de ruimte te geven die ze nodig hebben om de veiligheid en effectiviteit te verhogen. In die zin hoeft bijvoorbeeld ook het afwijzen van middelen geen inperking van het middelenpakket te betekenen.”
Zo werd het gebruik van imidaclopridhoudende gewasbeschermingsmiddelen verboden, tenzij een teler kan aantonen zijn afvalwater te zuiveren met tenminste 99,5%. Inmiddels zijn er verschillende producenten die een zuiveringsinstallatie aanbieden die hiervoor geschikt is. Ook zijn de eerste experimenten in voorbereiding met gesloten kassen waaruit helemaal niet wordt geloosd.

IPM-pilots

Het Ctgb neemt ook deel in de projectgroep voor pilots binnen de gewasbescherming met Integrated Pest Management onder regie van LTO. Bijvoorbeeld naar de ‘pleksgewijze’ toepassing van een correctiemiddel, het uitproberen van een aantal biologische middelen met proefontheffingen en saldering van de te behalen milieuwinst door bijvoorbeeld vroeg in het groeiproces van een gewas lokaal bij een beginnende plaag stevig in te grijpen, waardoor uiteindelijk netto voor de teelt minder gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn. GPS-technieken kunnen de pleksgewijze toediening garanderen en administreren, de bestaande regelgeving biedt daarvoor echter nu nog onvoldoende ruimte.

Green Deal

Het Ctgb is één van de deelnemers van de Green Deal. In dat kader liet het Ctgb inmiddels 6 nieuwe, ‘groene’ gewasbeschermingsmiddelen toe, en voor één van die middelen loopt nog een zienswijzeprocedure. Daarnaast werden er 3 laag-risicomiddelen toegelaten. Aan Green Deal-middelen worden voor veiligheid en milieu dezelfde eisen gesteld als aan chemische middelen. Voor het beoordelingscriterium ‘werkzaamheid’ worden nu echter minder zware eisen gesteld, om zo verantwoord ruimte te geven aan milieuvriendelijke innovaties. Het Ctgb was in het voorjaar medeorganisator van een workshop om hier in heel Europa afspraken over te maken en deze ontwikkeling goed in te bedden in de bestaande regelgeving. De Green Deal liep eind 2016 af, maar het Ctgb houdt zijn Green Team in stand, om de opgedane ervaring maximaal te blijven gebruiken bij toekomstige ‘groene’ aanvragen.

Aangroeiwerende verven

In het biocidetoelatingsbeleid is voor aangroeiwerende verven afgesproken dat op pleziervaartuigen tot 24 meter verven gebruikt moeten worden die voldoen aan de strenge milieueisen voor zoet water. Met een grens op 24 meter omvat je vrijwel de hele vloot aan particuliere schepen. Met de aanstaande harmonisatie in Europa ontstaat zo een grote markt voor aangroeiwerende verven met een geringe milieubelasting. Innovatieve ondernemers kunnen hierop inspelen en hiervoor specifieke producten ontwikkelen.

Rodenticiden

Voor de bestrijding van ratten met rodenticiden is een systeem van Integrated Pest Management (IPM) geïmplementeerd. Rodenticiden moeten vanwege de risico’s voor het milieu, alleen met de grootste terughoudendheid worden gebruikt. De biocidenverordening biedt wel ruimte ze als uiterste redmiddel te gebruiken en het Ctgb heeft besloten gebruik ervan in te bedden in een IPM-systeem. In zijn benaderingswijze is IPM innovatief. De opzet verandert van bestrijden naar voorkomen. Naast reductie van het gebruik van rodenticiden, leidt dit bij bestrijders ook tot een nieuwe manier van werken en denken over beheersing van plaagdieren.