College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Toelating zwaveltoepassing ingeperkt

Het Ctgb heeft in de januari-vergadering besloten de toelating van Thiovit Jet, een middel met de werkzame stof zwavel, in te perken. Zwavel is een schimmelbestrijdingsmiddel met een bekend, negatief effect op insecten, traditioneel gebruikt in de biologische teelt. De aangevraagde toepassingsperiode, -frequentie en -dosering maken het middel een bedreiging voor de natuurlijke populatie (parasitaire) sluipwespen. Sluipwespen zijn belangrijke natuurlijke vijanden van verschillende plaaginsecten en de afname van de populatie sluipwespen zal zorgen voor een toename daarvan. Hiermee ontstaat een ongewenst neveneffect. Het Ctgb weegt in zijn beoordeling ook het ecologisch systeem mee zoals dat op de kwekerij of in de boomgaard bestaat, net zoals de biologische teelt en ook de IPM (geïntegreerde bestrijding) dat doet.  

Gewijzigd beleid

Bij de aanvraag gaat het om een herregistratie. Thiovit Jet werd in 2007 al eerdere (her)beoordeeld, wat toen leidde tot een waarschuwing in het gebruiksvoorschrift dat het middel schadelijk kan zijn voor insecten. Inmiddels is in Europa het beleid aangepast en voldoet een waarschuwing niet meer. Het Ctgb voert nu een risicobeoordeling uit conform EU-regelgeving. Die leidde er toe dat het aangevraagde gebruik werd ingeperkt.

Het Ctgb wijkt gedeeltelijk af van de Europese beoordeling door (zonaal rapporteur) Slovenië. Die hield in de beoordeling geen rekening met het effect van de toepassingsperiode en –frequentie op de biologie en ecologie van sluipwespen en andere (nuttige) insecten. Ook liet Slovenië een deel van de beoordeling over aan de andere lidstaten. En de producent van Thiovit Jet vroeg voor Nederland toepassing in meer gewassen aan, dan door Slovenië beoordeeld.

Toelatingen

Thiovit Jet is wél toegelaten voor gebruik met beperkingen voor periode en frequentie van spuiten én gebruik in de bedekte teelt. Het blijft beschikbaar voor bedekte teelten van perzik, aardbei en vaste planten en onbedekte teelten van winter- en zomertarwe, appel, peer, pruim, kers en bloemisterijgewassen. Daarbij is gekeken hoe voorkomen kan worden dat middel en/of residuen tot in september/oktober aanwezig blijven. Het einde van het groeiseizoen en de lagere temperaturen maken dan dat de sluipwesppopulatie zich onvoldoende kan herstellen.