College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Wat is het Ctgb?

Dat blijkt snel uit de volledige naam: College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). De taak van het Ctgb is om volgens internationale afspraken en in de wetgeving verankerde criteria te beoordelen of gewasbeschermingsmiddelen en biociden veilig voor mens, dier en milieu zijn. Daarbij beoordeelt het Ctgb ook of de middelen werkzaam zijn. Op grond van deze beoordeling besluit het college of het middel in Nederland verkocht én gebruikt mag worden. Daarbij worden ook duidelijke voorschriften verplicht gesteld, die minimaal op het etiket moeten worden gezet.

Ons wetenschappelijk beoordelingswerk is wettelijk geregeld in tal van Europese verordeningen, Europese richtlijnen en nationale wetgeving, waaronder de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb). De Wgb maakt een duidelijk onderscheid tussen beleid en uitvoering.

Kort gezegd: werkzame stoffen moeten eerst Europees goedgekeurd worden en individuele producten waarin deze stoffen gebruikt worden, worden op nationaal niveau beoordeeld en toegelaten. Het Ctgb steunt de ministeries met wetenschappelijk advies om te kunnen besluiten over de plaatsing van werkzame stoffen op de lijsten van toegestane stoffen in Europa.

Voor het beleid inzake gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn vier ministeries verantwoordelijk:
  1. Economische Zaken,
  2. Infrastructuur & Milieu,
  3. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  4. Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Waarom een College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden?

Gewasbeschermingsmiddelen en biociden worden gebruikt om schadelijke organismen, zoals bijvoorbeeld ratten, onkruiden, schimmels en bacteriën als Legionella, te bestrijden. Bestrijdingsmiddelen mogen alleen worden verkocht als deze veilig gebruikt kunnen worden; dus als de risico’s bij gebruik volgens het voorschrift onder een door de wet bepaald aanvaardbaar niveau liggen. Voordat het middel op de Nederlandse markt wordt toegelaten, moeten fabrikanten hiervoor een aanvraag voor toelating bij het Ctgb indienen.

Het is de taak van het Ctgb om aan de hand van deze aanvraag de mogelijke risico’s voor mens, dier en milieu te beoordelen. Als het Ctgb beoordeelt dat een middel veilig te gebruiken is, dus als de risico’s aanvaardbaar zijn, wordt besloten tot de toelating van een middel.

Naast het toelatingsproces heeft Europa (en dan met name de Commissie) ook een taak. Zij moeten namelijk stoffen wetenschappelijk beoordelen of de stoffen werkzaam zijn, pas dan komt het toelatingsproces van het Ctgb in beeld. Kort gezegd: werkzame stoffen moeten eerst op Europees niveau worden goedgekeurd (ook hiervoor kan het Ctgb worden benaderd) en individuele producten op basis van die stoffen worden op nationaal niveau beoordeeld en toegelaten.

Wat is onze taak?

Het Ctgb is als zelfstandig bestuursorgaan belast met de uitvoering van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb). De Wgb maakt een duidelijk onderscheid tussen beleid en uitvoering. De ministeries van EZ en I&M zijn verantwoordelijk voor het gewasbeschermingsbeleid respectievelijk biocidenbeleid; het Ctgb is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid.

Ons wetenschappelijk beoordelingswerk is wettelijk geregeld in tal van Europese verordeningen, Europese richtlijnen en nationale wetgeving, waaronder de Wgb.

Onze wettelijke taken zijn:
  1. Besluiten over het wel of niet toelaten van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Wij doen dit door het beoordelen van aanvragen op grond van in de wetgeving verankerde criteria.
  2. Adviseren van de ministeries over de plaatsing van werkzame stoffen op de lijsten van toegestane stoffen in Europa. Wij doen dit door het aanvraagdossier van deze stoffen te beoordelen.
  3. Adviseren van de ministeries over wet- en regelgeving en beleid over gewasbeschermingsmiddelen en biociden.